Destilleerketels van Wedgwood Queensware aardewerk

J. Wedgwood (producent)
Martinus van Marum (1750-1837) (gebruiker)
De naam Wedgwood roept niet direct een associatie op met scheikunde. Wel met servies: de Engelse firma werd groot met het roomwitte Queensware serviesgoed dat na bijna 250 jaar nog steeds geproduceerd wordt. Teylers Museum heeft twee zeldzame destilleerketels van dit type aardewerk in de collectie. De grondlegger van het serviesbedrijf, Josiah Wedgwood (1730-1795), leverde ze in 1790 aan Martinus van Marum voor diens onderzoek in Teylers Museum.
De ketels getuigen van hun gedeelde passie voor scheikunde. Wedgwoods onderzoek aan de samenstelling en bewerking van aardewerk leverde producten op als Queensware en Jasperware waarmee zijn firma beroemd werd. Wetenschappelijke aardewerk van zijn hand is echter uiterst zeldzaam: hij maakte dit alleen voor eigen gebruik en op verzoek van mede-onderzoekers zoals Van Marum. Na zijn dood verdween deze bijzondere lijn van Queensware uit het assortiment.
De ketels werden als volgt gebruikt: in het onderste deel van de destilleeropstelling stond een olielamp. Met de warmte daarvan werd binnenin de ketel (onzichtbaar op de foto) een schoteltje met vloeistof aan de kook gebracht. De damp condenseerde aan de binnenkant van het kegelvormige deksel, die aan de buitenzijde werd gekoeld met water en ijs. Het destillaat werd vervolgens bij het tuitje opgevangen.
Deze distilleerketels zijn gemaakt door Josiah Wedgwood. Hij bedacht in de jaren 1760 een glazuur dat in tegenstelling tot het bestaande glazuur mooi van kleur en niet korrelig was. Dit roomkleurige aardewerk van hoge kwaliteit werd bekend als æQueens wareÆ (roomgoed). Destillatie is gebaseerd op het verschil in kookpunt van verschillende vloeistoffen. Door dit verschil kan men stoffen in een oplossing door middel van verdamping van elkaar scheiden. Het onderstel van deze destilleerketel is vergelijkbaar met een theelichtje: het is voorzien van luchtgaten en biedt plaats aan een kleine oliebrander. Het cilindervormige bovenstuk bestaat uit twee delen: een punt- of kegelvormig stuk en een gedeelte daaromheen waarin een mengsel van ijs en water kan worden gedaan voor de koeling van het binnenstuk. De vloeistof wordt in een bakje (ontbreekt) verwarmd. De opstijgende damp condenseert vervolgens tegen de koude binnenkant van de kegel . Het zo verkregen destillaat wordt aan de onderzijde van de kegel in een ringvormig trechtertje opgevangen en vervolgens via een tuit afgetapt.
