Model van een zonnecollector met stoomzuiger

Abel Pifre (uitvinder)
A. Salleron (producent)
“De zon zal, naar het nu lijkt, de brandstof voor de toekomst zijn.” Een moderne uitspraak, die echter al 150 jaar geleden werd gedaan in een wetenschappelijk artikel uit 1876. Daarin werd een energietransitie voor de industriële sector bepleit: van fossiel naar zonne-energie. En ook dat klinkt verrassend actueel. Aanleiding was een groeiend besef dat de wereldwijde steenkoolvoorraad steeds sneller opraakte door de grootschalige industrialisatie in de negentiende eeuw. Het veroorzaakte een gevoel van urgentie om op tijd klaar te staan met een alternatieve energiebron.
Deze zonnecollector stamt uit die tijd. De gebogen spiegel concentreert de zonnestralen en op die plek kan met die energie bijvoorbeeld een stoommachientje worden aangedreven met water dat door de zon gekookt is. Het is dit type collector dat in het artikel uitgebreid beschreven werd als veelbelovende methode om de industriële omschakeling naar zonne-energie te maken. Toch kwam die er niet. Niet lang nadat het artikel verscheen, kwam de aandacht op een ander alternatief voor steenkool: aardolie.
In de 21ste eeuw heeft deze 19de eeuwse uitvinding opnieuw de aandacht om industrie van groene energie te voorzien. Er zijn al velden vol parabolische spiegels die met zonkracht elektriciteit, warmte of waterstof leveren. Een industriële toepassing van zonne-energie – de titel van het artikel uit 1876 – lijkt zo alsnog uit te komen.
De zon als energiebron spreekt al lang tot de verbeelding. Dit model van een zonnecollector demonstreert hoe opgevangen zonne-energie in mechanische energie kan worden omgezet. In het brandpunt van een zilverkleurige schotel die loodrecht op de zonnestraling kan worden ingesteld, wordt een zwart waterketeltje geplaatst. De verzamelde warmtestraling verhit het water tot het kookpunt. De ontsnappende stoom is vervolgens in staat om een zuiger met een daaraan gekoppeld raderwerk in beweging te brengen. Dit model van Franse makelij is in 1879 door Teylers Museum aangeschaft, wellicht als reactie op de ‘kermisdemonstraties’ die de Franse fysicus Augustin Mouchot het jaar te voren met dergelijke apparatuur in Parijs had gehouden
