Grote Elektriseermachine met Leidse flessen

Object numberFK 0508
TitleGrote Elektriseermachine met Leidse flessen
Creator John Cuthbertson (instrumentmaker)
Martinus van Marum (1750-1837) (ontwerper)
Martinus van Marum (1750-1837) (uitvinder)
Leendert Viervant (1752 - 1802) (ontwerper)
Martinus van Marum (1750-1837) (ontwerper)
Martinus van Marum (1750-1837) (uitvinder)
Leendert Viervant (1752 - 1802) (ontwerper)
DescriptionGrote Elektriseermachine met Leidse flessen, van Van Marum
Label<p>Dit instrument is – en was altijd – de grootste wrijvingselektriseermachine ter wereld. Vanaf de opening van Teylers Museum in 1784 staat het in de ovale zaal: een ruimte voor bezoekers, maar óók een laboratorium voor onderzoek. </p><p>Wetenschappers hebben dan grote interesse in elektriciteit: wat is het en wat doet het precies? Precies de vragen die onderzoeker Martinus van Marum, de eerste directeur van Teylers Museum, ook heeft. Hij laat de machine bouwen voor zichzelf én geleerden uit binnen- en buitenland die er onderzoek mee willen doen. Dat maakt het museum internationaal beroemd. </p><p>De statische elektriciteit wordt opgewekt doordat de draaiende glazen platen tegen kussens wrijven, net zoals dat in het klein gebeurt als je een ballon tegen je haar wrijft. De machine kan vonken van 60 centimeter produceren en wordt nóg krachtiger als Van Marum zogenoemde ‘Leidse flessen’, die de lading kort opslaan, toevoegt. </p><p>Van Marum doet jarenlang onderzoek naar de invloed van elektriciteit op verschillende materialen zoals metaal en gas, op planten en dieren. En zelfs mensen – met zichzelf als belangrijkste proefkonijn, om bijvoorbeeld de invloed op de hartslag te onderzoeken. Zijn nieuwe inzichten deelt hij met zoveel mogelijk anderen. </p><p>Wil je de kracht van statische elektriciteit zelf ervaren? Meld je aan voor de Lorentz Formule om een replica van de grote elektriseermachine in werking te zien!</p>
<p>De grootste wrijvingselektriseermachine ter wereld maakt mini-bliksems, krachtig genoeg om je hart te laten stoppen. Directeur Martinus van Marum bestelt het gevaarte bij instrumentenmaker John Cuthbertson in Amsterdam. In 1784 krijgt het een ereplaats in de splinternieuwe Ovale Zaal. Tegenwoordig staat de elektriseermachine in de Instrumentenzaal. </p><p> </p><p>De statische elektriciteit wordt opgewekt door de wrijving van draaiende glazen platen. De machine kan vonken van 60 centimeter en voltages tot 300.000 produceren. Voor de opslag staan 100 zogenoemde ‘Leidse flessen’ klaar, waar een elektrische lading enige tijd kan worden bewaard. Dankzij die opslag kan Van Marum nieuwe experimenten doen. Vijftien jaar lang onderzoekt hij de invloed van elektriciteit op verschillende materialen zoals metaal en gas, maar ook op planten, dieren en zelfs op menselijke spieren en zenuwen. </p><p>Na de ontdekking van de batterij, begin 19de eeuw, is de rol van het instrument voor wetenschappelijk onderzoek uitgespeeld en wordt het een echt museumstuk. </p><p>Wil je de kracht van statische elektriciteit zelf ervaren? Meld je aan voor de Lorentz Formule om een replica van de grote elektriseermachine in werking te zien! </p>
Dit apparaat is de grootste vlakke-plaat-elektriseermachine ter wereld. Het instrument is in 1784 gemaakt op aanwijzingen van Martinus van Marum, de man die Teylers Museum in feite vorm heeft gegeven. Als echte 18e-eeuwer was hij gefascineerd door de toen in zwang gekomen statische elektriciteit. Al in zijn studietijd had Van Marum een elektriseermachine ontworpen. Gesteund door de rijke fondsen van Teylers Museum greep hij zijn kans om de grootste opwekkingsmachine van zijn tijd te maken. Daarmee hoopte hij ontdekkingen te doen, die met kleinere machines onmogelijk werden geacht. Statische elektriciteit kan door wrijving worden opgewekt tijdens het ronddraaien van de glazen platen. In combinatie met de Leidse flessen werden ongekend grote vonken opgewekt. Na de ontdekking van de batterij in 1800 was de rol van het instrument uitgespeeld.
Een letterlijk schokkende ervaring. Dat onderging in 1746 de Leidse hoogleraar Van Musschenbroek toen hij per ongeluk de elektrische condensator uitvond. ‘Niets in de wereld kan me ertoe verleiden dit experiment opnieuw te doen’ zou hij hebben uitgeroepen. Men dacht toen dat elektriciteit een vloeistof was. Een assistent had geprobeerd om deze ‘vloeistof’ op te vangen in een fles. Met de schok die daarop volgde, was de ‘Leidse fles’, ofwel de condensator, geboren. Zo’n condensator kan elektrische ladingen verdubbelen en enige tijd vasthouden. Je hebt nodig: twee geleiders, waarvan één met de aarde is verbonden, en een isolerende tussenlaag. Een lading op de ene kant veroorzaakt dan een even grote, maar tegengestelde lading aan de andere kant. De Leidse flessen in Teylers Museum behoren tot de grootste die er ooit zijn gemaakt.
De elektriseermachine, ontworpen in 1784 door Martinus van Marum, wordt met spierkracht aangedreven. Een zwengel, bevestigd op een losse bok, drijft via een as de grote glazen schijven aan. Het mechanisme is eenvoudig, maar vernuftig. Een dubbele zwengel compenseert de slingerbeweging en de as is via een scharnier met de schijven verbonden. Dit scharnier moet voorkomen dat de draaikrukken de as ontwrichten.
Het scharnier bestaat uit een ring vastgehouden door twee halve ringen die ten opzichte van elkaar een kwartslag gedraaid zijn. Een glazen verbindingsstuk zorgt ervoor dat de lading niet via de as naar de bok loopt. Overal in deze elektriseermachine wordt glas als isolator gebruikt.
De elektriseermachine die Martinus van Marum door John Cuthbertson liet bouwen op basis van ontwerpen die hij samen met de archietect Leendert Viervant (de bouwer van de Ovale Zaal) had vervaardigd laat zien dat Van Marum een zeer ambitieus man was. De machine is technisch niet nieuw, het principe was al een tijdje bekend. Wrijving van textiel, of vacht, op glas veroorzaakt een ophoping van lading op het oppervlak van het glas. Deze lading kan met een metalen kam van het glas afgehaald en via metalen geleiders afgevoerd en opgeslagen worden (in een Leidse fles bijvoorbeeld). De lading werd gebruikt om grote ontladingen, zoals vonken en schokken, te produceren.
De 'kussens', of stempels, die door wrijving met de glazen schijven de statische elektriciteit opwekken kunnen van de schijf weggedraaid worden. De kussens worden door metalen bladveren tegen de schijven aangeduwd, zodat er tijdens het draaien voldoende wrijving optreedt.
De geleiders zijn messing bollen en buizen op isolerende glazen zuilen. De zuilen staan stevig op de vloer in een houten voet.
Het pricipe van de Leidse Fles werd ongeveer tegelijkertijd door de Duitse geleerde Ewald von Kleist en de Nederlander Pieter van Musschenbroeck ontdekt. Elektrische lading kan worden bewaard op een geleidend oppervlak. De capaciteit van zo'n oppervlak neemt enorm toe als er een tweede geleidend oppervlak in de buurt is. De Leidse Fles is niets anders dan twee geleidende oppervlakken met daartussen een isolerend materiaal (glas). De fles zelf is dus leeg. Soms is de fles gevuld met een geleidende vloeistof, maar eigenlijk hoeft dat niet. Als de metalen staaf de rand kan raken, dan werkt de fles. Dergelijke flessen zijn de oervorm van de condensator.
<p>De grootste wrijvingselektriseermachine ter wereld maakt mini-bliksems, krachtig genoeg om je hart te laten stoppen. Directeur Martinus van Marum bestelt het gevaarte bij instrumentenmaker John Cuthbertson in Amsterdam. In 1784 krijgt het een ereplaats in de splinternieuwe Ovale Zaal. Tegenwoordig staat de elektriseermachine in de Instrumentenzaal. </p><p> </p><p>De statische elektriciteit wordt opgewekt door de wrijving van draaiende glazen platen. De machine kan vonken van 60 centimeter en voltages tot 300.000 produceren. Voor de opslag staan 100 zogenoemde ‘Leidse flessen’ klaar, waar een elektrische lading enige tijd kan worden bewaard. Dankzij die opslag kan Van Marum nieuwe experimenten doen. Vijftien jaar lang onderzoekt hij de invloed van elektriciteit op verschillende materialen zoals metaal en gas, maar ook op planten, dieren en zelfs op menselijke spieren en zenuwen. </p><p>Na de ontdekking van de batterij, begin 19de eeuw, is de rol van het instrument voor wetenschappelijk onderzoek uitgespeeld en wordt het een echt museumstuk. </p><p>Wil je de kracht van statische elektriciteit zelf ervaren? Meld je aan voor de Lorentz Formule om een replica van de grote elektriseermachine in werking te zien! </p>
Dit apparaat is de grootste vlakke-plaat-elektriseermachine ter wereld. Het instrument is in 1784 gemaakt op aanwijzingen van Martinus van Marum, de man die Teylers Museum in feite vorm heeft gegeven. Als echte 18e-eeuwer was hij gefascineerd door de toen in zwang gekomen statische elektriciteit. Al in zijn studietijd had Van Marum een elektriseermachine ontworpen. Gesteund door de rijke fondsen van Teylers Museum greep hij zijn kans om de grootste opwekkingsmachine van zijn tijd te maken. Daarmee hoopte hij ontdekkingen te doen, die met kleinere machines onmogelijk werden geacht. Statische elektriciteit kan door wrijving worden opgewekt tijdens het ronddraaien van de glazen platen. In combinatie met de Leidse flessen werden ongekend grote vonken opgewekt. Na de ontdekking van de batterij in 1800 was de rol van het instrument uitgespeeld.
Een letterlijk schokkende ervaring. Dat onderging in 1746 de Leidse hoogleraar Van Musschenbroek toen hij per ongeluk de elektrische condensator uitvond. ‘Niets in de wereld kan me ertoe verleiden dit experiment opnieuw te doen’ zou hij hebben uitgeroepen. Men dacht toen dat elektriciteit een vloeistof was. Een assistent had geprobeerd om deze ‘vloeistof’ op te vangen in een fles. Met de schok die daarop volgde, was de ‘Leidse fles’, ofwel de condensator, geboren. Zo’n condensator kan elektrische ladingen verdubbelen en enige tijd vasthouden. Je hebt nodig: twee geleiders, waarvan één met de aarde is verbonden, en een isolerende tussenlaag. Een lading op de ene kant veroorzaakt dan een even grote, maar tegengestelde lading aan de andere kant. De Leidse flessen in Teylers Museum behoren tot de grootste die er ooit zijn gemaakt.
De elektriseermachine, ontworpen in 1784 door Martinus van Marum, wordt met spierkracht aangedreven. Een zwengel, bevestigd op een losse bok, drijft via een as de grote glazen schijven aan. Het mechanisme is eenvoudig, maar vernuftig. Een dubbele zwengel compenseert de slingerbeweging en de as is via een scharnier met de schijven verbonden. Dit scharnier moet voorkomen dat de draaikrukken de as ontwrichten.
Het scharnier bestaat uit een ring vastgehouden door twee halve ringen die ten opzichte van elkaar een kwartslag gedraaid zijn. Een glazen verbindingsstuk zorgt ervoor dat de lading niet via de as naar de bok loopt. Overal in deze elektriseermachine wordt glas als isolator gebruikt.
De elektriseermachine die Martinus van Marum door John Cuthbertson liet bouwen op basis van ontwerpen die hij samen met de archietect Leendert Viervant (de bouwer van de Ovale Zaal) had vervaardigd laat zien dat Van Marum een zeer ambitieus man was. De machine is technisch niet nieuw, het principe was al een tijdje bekend. Wrijving van textiel, of vacht, op glas veroorzaakt een ophoping van lading op het oppervlak van het glas. Deze lading kan met een metalen kam van het glas afgehaald en via metalen geleiders afgevoerd en opgeslagen worden (in een Leidse fles bijvoorbeeld). De lading werd gebruikt om grote ontladingen, zoals vonken en schokken, te produceren.
De 'kussens', of stempels, die door wrijving met de glazen schijven de statische elektriciteit opwekken kunnen van de schijf weggedraaid worden. De kussens worden door metalen bladveren tegen de schijven aangeduwd, zodat er tijdens het draaien voldoende wrijving optreedt.
De geleiders zijn messing bollen en buizen op isolerende glazen zuilen. De zuilen staan stevig op de vloer in een houten voet.
Het pricipe van de Leidse Fles werd ongeveer tegelijkertijd door de Duitse geleerde Ewald von Kleist en de Nederlander Pieter van Musschenbroeck ontdekt. Elektrische lading kan worden bewaard op een geleidend oppervlak. De capaciteit van zo'n oppervlak neemt enorm toe als er een tweede geleidend oppervlak in de buurt is. De Leidse Fles is niets anders dan twee geleidende oppervlakken met daartussen een isolerend materiaal (glas). De fles zelf is dus leeg. Soms is de fles gevuld met een geleidende vloeistof, maar eigenlijk hoeft dat niet. Als de metalen staaf de rand kan raken, dan werkt de fles. Dergelijke flessen zijn de oervorm van de condensator.
Production placeAmsterdam
Production date 1783 - 1791
Production period18de eeuw
Date (free text)De productie startte in 1783 en op eerste kerstdag 1784 werd het instrument in het nieuwe Teylers Museum in gebruik genomen.
Object nameelektriseermachine
Object categoryelektriciteit
CollectionElectricity
Dimensions
- geheel hoogte: 2640 mm
glazen poten diameter: 57 mm
schijven diameter: 1650 mm
schijven dikte: 10 mm
wrijvingsblokken lengte: 400 mm
tafel lengte: 1700 mm
tafel breedte: 750 mm
tafel hoogte: 925 mm
Documentation
CopyrightCollectie Teylers Museum
Inscription creator/content
J. CUTHBERTSON Fecit Amsterdam MDCCLXXXIV
